Post Tagged ‘mijn’

Nabij het voormalige station van Fontaine l’Evêque, ooit gelegen aan de spoorlijn 112 die Charleroi met La Louvière verbond, takt nog altijd een zijlijntje af in zuidelijke richting. Dit lijntje is nauw verbonden met de kolenwinning in Le Pays Noir, want het verbond ooit zetel No 1 genaamd Pétria van de “Société Anonyme des Charbonnages de Fontaine-l’Évêque” met het nationale spoornet. De genoemde mijnbouwmaatschappij had trouwens nog twee zetels, de No 2 (Calvaire) ten oosten van de Pétria vlak bij Anderlues, en de No 3 (Hougaerde-Beaulieusart), welke gelegen was ten zuiden van Fontaine.

De No 1 was in exploitatie van 1870 tot 1958. Naast een mijnbouwmuseum in Fontaine zijn de tastbare herinneringen aan deze kolenmijn beperkt. Concreet betreffen deze:
1) de – deels vergraven – terril, nu een onder Natura 2000 beschermd natuurreservaat,
2) de straatnaam “Rue du Pétria” met het gelijknamige station van de MLC (de tot lichte metro omgebouwde buurttram,
3) de nog in het veld herkenbare afgesloten mijnschachten, en
4) het resterende deel van de mijnspoorlijn.

Een glimp van de reeds lang afgebroken schchtbokken van de Petria kan men opvangen in dit filmpje gemaakt in 1968:

Ooit liep de spoorlijn, aangeduid als Industrielijn 252, met een boog in zuidelijke richting, om vervolgens weer naar het oosten te draaien langs de terril van de kolenmijn. Via een spoorviaduct over de Rue du Pétria werd de kolenmijn bereikt. De lijn eindigt nu bij kilometer 1.646. Tot in deze eeuw werd nog een fabriek bediend, maar dit verkeer is tot stilstand gekomen. Wellicht dat men nog hoop koestert dat de bedrijvigheid aantrekt. De spoorlijn is nog niet gesloten, terwijl ook de overwegbeveiliging nabij de fabrieksaansluiting nog lijkt te functioneren.

Een bezoek aan deze voormalige mijnspoorlijn stond al langer op mijn agenda. In april kwam het er eindelijk van, in combinatie met een bezoek aan het traject van de in 1986 opgeheven buurttram 63.

20140424 Industrielijn 252 Fontaine-l'Evêque - kp 1.646
Hier het spoor gezien richting de “Petria”. Niet ver van dit punt loopt de spoorlijn nu dood. Op de achtergrond is nog net iets van de terril van de genoemde kolenmijn te zien.

20140424 Industrielijn 252 Fontaine-l'Evêque - kp 1.646
Gezicht op het zelfde punt, in omgekeerde richting.

20140424 Industrielijn 252 Fontaine-l'Evêque - kp 1.646
Onmiddellijk na de spoorwegovergang ligt de fabrieksaansluiting.

20140424 Industrielijn 252 Fontaine-l'Evêque - kp 1.646
Interessant is deze voormalige wachterswoning.

20140424 Industrielijn 252 Fontaine-l'Evêque - kp 1.646

20140424 Industrielijn 252 Fontaine-l'Evêque - kp 1.646

20140424 Industrielijn 252 Fontaine-l'Evêque - kp 1.646

20140424 Industrielijn 252 Fontaine-l'Evêque - kp 1.646

20140424 Industrielijn 252 Fontaine-l'Evêque - kp 1.646

20140424 Industrielijn 252 Fontaine-l'Evêque - kp 1.646

20140424 Industrielijn 252 Fontaine-l'Evêque - kp 1.646

20140424 Industrielijn 252 Fontaine-l'Evêque - kp 1.646

20140424 Industrielijn 252 Fontaine-l'Evêque - kp 1.646
Hierna klimt het spoor om vervolgens aan te sluiten op de voormalige spoorlijn 112 (nu ook onderdeel van industrielijn 252, richting Pieton).

Het aflopen van de laatste honderden meters blijft dus nog op het programma.

Aangezien de mijnbouw en de buurttram nauw verbonden zijn met elkaar, hierbij als afsluiter een “toen en nu” ter hoogte van het spoorstation. Het stationsgebouw is inmiddels met de grond gelijkgemaakt. Het terrein is een depot van een bouwbedrijf. Het tramspoor heeft plaatsgemaakt voor een fietspad (zonder fietsers).
Fontaine-l'Évêque (1986 - 2014)

De bewaard gebleven schachtbok van zetel 6 van de S.A. des Houillères d’Anderlues torent uit boven de gebouwen. De kolenmijn zelf is in 1969 gesloten. Er is nog altijd onder- en bovengrondse activiteit omdat deze schacht wordt gebruikt voor de opslag van gas.
20140411 Anderlues

Interessant is deze tramhalte bij de hoofdpoort. De tramlijn (30) is in 1986 opgeheven, maar nog altijd stopt zijn opvolger, buslijn 30, aan deze halte, genaamd Fosse No 2 (schacht 2). Aan het drukke vervoer van mijnwerkers door de buurttram (de SNCV, voluit “Société Nationale des Chemins de fer Vicinaux”, in het Nederlands de Nationale Maatschappij Van Buurtspoorwegen) herinnert deze unieke abri. Een vrij ruimte wachtruimte in die gebouwd in de muur van het mijnterrein. Anno 2014 is het echter uitgestorven, en moet men over een ruim voorstellingsvermogen beschikken om zich een beeld te vormen van de arbeiders die hier op de tram stonden te wachten.

20140411 Anderlues, halte Fosse No 6.

20140411 Anderlues
Even verderop in de straat vindt men nog een stille getuige van de tramlijn. Dit waarschuwingsbord heeft de opheffing van de tram overleefd. Dat het een bord is dat voor een onbewaakte spoorwegovergang waarschuwt wekt geen verbazing als men weet dat het ging om een buurtspoorlijn.

20140411 Anderlues

Terug bij de mijn: de voormalige hoofdpoort.

20140411 Anderlues

Verderop ligt de zetel 3. De twee schachten zijn dichtgemaakt, de schachtbokken afgebroken. Wat nog resteert is het gebouw voor de ophaalmachine en ventilator.

20140411 Anderlues, Puits no 3 (Aulniats)

Een gedenkteken zoekt men hier tevergeefs… En toch, voor de beruchte 8 augustus 1956, de dag van de mijnramp van Marcinelle (Bois du Cazier) hield deze mijn in Anderlues het trieste Belgische record van het mijnongeval met de meeste slachtoffers. Op 11 maart 1892 kwamen hier 160 mijnwerkers om het leven na een ontploffing van mijngas.