Post Tagged ‘vicinal’

19840906 Charleroi, Lodelinsart; Rue Emile Vandervelde / Rue du Ravin

Lijn 41 op weg naar Trazegnies. De vernieuwde sporen getuigen van de investeringen die kort daarvoor nog in dit deel van het buurttramnet rond Charleroi werden gedaan. Voor lijn 41 mocht het desondanks allemaal niet meer baten. De tramlijn werd tweemaal (in 1985 en 1986) geamputeerd, kreeg nog wel gelede trams (BN’s), maar reed in de avond van maandag 29 februari 1988 definitief de geschiedenis in. Ik citeer uit “Terminus Jumet” van Staf Cuyt (uitgave Monopress, 1991):

‘Als voorlaatste lijn 41 vertrok BN-motorrijtuig 6115 en verdween kletsnat in de nu reeds dicht op mekaar dwarrelende sneeuwvlokken…

Intussen had SM9157 op een wachtspoor postgevat, getooid met met een rouwkrans en voorzien van een bordje “Diener tram 41 – 29.02.88”. Het rijtuig zag er, conform de Henegouwse traditie, niet al te fris uit doch voerde heuse films “Charleroi – Gohyssart”.

SM 9157 kwam uiteindelijk voorgereden en een niet zo bijster groot aantal klappertandende tramfanaten stapte op, onder het niet aflatende flitslicht van enkele dappere, koude, sneeuw en versteven vingers trotserende fotografen.

Via een fotohalte in station “Beaux-Arts” ging het richting Gohyssart, waar – aan het intussen door een sneeuwlaagje bedekte eindpunt – ruimschoots de tijd werd genomen om de laatste aanwezigheid van een SM motorrijtuig aldaar met behulp van lichtgevoelig materiaal voor het nageslacht te bewaren.’

Het werd het laatste publieksafscheid van de klassieke boerentrams. Een paar maanden later, werden de tramlijnen via Jumet naar Courcelles en Trazegnies  ‘tijdelijk’ stilgelegd in verband met renovatie van het spoor. Om – ten minste voor het deel ten westen van Gosselies – nimmer meer terug te komen.

 

Advertenties

Voor velen betekende de opheffing van de tram tussen Charleroi en Trazegnies in 1988 het einde van de Belgische “Vicinal” , de “Buurttram” of ook wel genaamd de “Boerentram”. Een boek gewijd aan dit verschijnsel op meterspoor met de titel “Terminus Jumet” of een website genaamd “Voyages sans retour / geen terugrit mogelijk” (www.sncv.net) spreken wat dat betreft boekdelen.

Maar toch, toch zijn er enkele kilometers waar de oude buurttram nog voortleeft. Nee, niet als museumtram, maar gewoon in de dagelijkse exploitatie, met gewone passagiers. Hoewel bereden met nieuw materieel (maar inmiddels toch ook al ruim 30 jaar oud!), is de oude sfeer hier volop aanwezig. Het “buurttramreservaat” van Anderlues.

Hierbij een klassiek beeld: de tram rijdt tegen het verkeer in om zo’n ruim 50 meter verder in een blinde bocht de hoek om te slaan. Wie het het “toen” heeft meegemaakt kan een glimlach niet onderdrukken bij het horen van de claxon van de tram.
“Pwah-pwoeh!”.

20140424 Anderlues, Rue de la Station

Verrassing voor de wachtende tramliefhebbers. De S9079 komt uit de stelplaats om vervolgens zijn collega van lijn 88 naar binnen te slepen.
Meer nostaligsche plaatjes van de tram rond La Louvière op deze site.

‘Het was een wonderlijke tijd. Als ik erover nadenk, dan moet die tijd nog voortduren, die duurt zoolang er jongens van negentien, twintig rondlopen.’
Die woorden van de schrijver Nescio in zijn verhaal Titaantjes komen in mij op nu ik de reeks dia’s bekijk ik die op die fraaie donderdag 18 april 1985 maakte. Een goede vriend en collega-tramfan en ik maakten die dag een onvergetelijke tocht langs delen van de buurttramnetwerk in Henegouwen.
Eerst met een (toen nog vrije nieuwe) gelede tram van lijn 89 van het station van Charleroi naar Anderlues Jonction, en toen lopend langs lijn 30 via Morlanwelz naar Mariemont.
Wat gingen deze twee knapen van 20 jaar daar doen? Een van de redenen om naar deze streken of te reizen was de allerlaatste bijwagendienst van België die op deze lijn gereden gereden werd. Een versterking die voornamelijk diende voor het vervoer van scholieren. Het materieel op deze dienst was weinig verrassend. Er was immers nog maar één bijwagen beschikbaar (genummerd 9316). Wel was het altijd afwachten of er daadwerkelijk met een bijwagen werd gereden danwel de betreffende ritten met een ‘normale’ S motorwagen werden gereden.
In elk geval zal die dag alles mee. En uiteindelijk zijn we zelfs aan het einde van de middag in de 9316 gereden naar La Louvière. Daar hebben we de rest van de tijd doorgebracht aan de poort van de stelplaats. Het zal bijna 6 uur zijn geweest dat het tramstel weer naar de stelplaats terugkeerde. De chef van de stelplaats die in zijn tuintje bezig was kon het geloof ik weinig waarderen dat wij in ons enthousiasme het tramstel volgden tot zijn laatste meters op het terrein. De verklaring van het personeel dat de betreffende jongelingen “Hollandais” waren, deed hem in elk geval al zijn pogingen om ons tot de orde te roepen staken. En verlieten we na een zeer aangename dag het plaatsje La Louvière in de trein terug naar Brussel en zagen we de zon zijn laatste stralen schijnen boven het Waalse land.

Dat die ‘wonderlijke tijd’ zal voortduren, daar twijfel ik niet aan. Maar toch is er een hoop veranderd op deze plek. De buurttram (of op zijn Waals, de ‘Vicinal’) bestaat hier meer. Dit ondanks de op de foto zichtbare spoorvernieuwing. En aan het landelijke beeld aan de rand van het dorpje Carnières (gemeente Morlanwelz) is ook in de kwart eeuw die inmiddels is verstreken wat afbreuk gedaan. Niet in het minst door de bouw van gigantische loodsen op de hier nog vrije locatie op de achtergrond links langs de weg.
En met de auteur Nescio trekken we ons terug op ons “Insula Dei” en mijmeren we over de tijd dat de tram hier nog regeerde en we nog twintig waren en de wereld voor ons open lag.

Deze foto ruim dertig jaar geleden van een “SJ” motorwagen op het toen nog vrij nieuwe metrostation van Charleroi Sud geeft aanleiding voor een terugblik op het lijnnummer 62 dat op deze tram prijkt.

Lijn 62 van de SNCV was een versterking van hoofdlijn 63 (Charleroi – Jumet – Gosselies – Courcelles – Fontaine). De achtergrond was dat in 1980 de bestaande 15 minuten dienst op lijn 63 werd teruggebracht tot een halfuursdienst. Ter versterking reed vanaf dat moment een lijn 62 tussen Charleroi en Gosselies (Calvaire), in de spits verlengd onder lijnnummer 57 tot Courcelles.
In die tijd was de SNCV bezig met een moderniseringsslag. Niet alleen werden bestaande S-motorwagens gemoderniseerd en in de nieuwe kleuren herschilderd, lijn 62 werd zelfs vanaf 3 november 1981 tot mei 1983 uitgebaat met de toen gloednieuwe BN geledes uit de serie 6100-6154.
In 1984 werd lijn 80 die oorspronkelijk via Marchienne-au-Pont naar La Louviére reed omgelegd naar de route via Jumet en Gosselies waardoor, behoudens enkele ritten (schoolritten), lijn 62 kon vervallen.
Na de opheffing van de tramlijnen 30, 63 en de inkorting van lijn 80 per 1 november 1986 veranderde het hele plaatje weer. De resterende basislijn Charleroi – Jumet – Gosselies -Trazegnies werd gereden onder lijnnummer 59, met allerlei varianten (die verband hielden met de aansluiting op de bussen) en versterkingsritten. Lijn 62 bleef aldus bestaan, hoewel beperkt tot enkele ritten per dag.
In april 1988 kwam het definitieve einde toen de tak richting Trazegnies, net zoals het jaar daarvoor, tijdens een schoolvakantie “tijdelijk” werd stilgelegd. Dit zogenaamd wegens spoorwerken op het traject. Helaas keerde de “boerentram” na deze stillegging nimmer meer terug.

Toch is dit niet het einde van het verhaal. De tram, in de vorm van de “lichte metro” zal in 2013 (na 25 jaar!) terugkeren. Inmiddels is de huidige exploitant, de TEC, ver op dreef met het heropenen van de tramlijn tussen Jumet – Gossielies.
Ondanks dat er een kwart eeuw is verstreken na de ondergang van de traditionele buurttram, zal de tot ‘lichte metro’ omgedoopte tramdienst worden gereden door hetzelfde type dat er reeds in de jaren ’80 te zien was, de BN-motorwagens, nu genummerd in de reeks 7400. Het lijnnummer “62” zal echter (voor altijd?) verleden tijd zijn. Deze tak is toebedeeld aan de ‘M3’ van het netwerk van Charleroi.