Post Tagged ‘wandelen’

Alvast een voorproefje op het reisverlag van een voettocht gemaakt dwars door de agglomeratie van Charleroi, van OOst naar West vanaf Soleimont naar Marchienne-au-Pont.
Deze wandeling hebt ik slechts op één punt onderbroken, om mij per tram (excuseer: “Lichte metro”) te verplaatsen van Waterloo naar Dampremy. Stuk voor stuk zijn die stations van de lichte metro (MLC = Métro Léger de Charleroi) fraaie staaltjes jaren ’70 architectuur.

20150505 Charleroi, Dampremy

Op het station zelf lijkt het alsof men zich ondergrond bevindt, maar buiten blikt het station een enorme bovengrondse doos te zijn, die twee tunnels verbindt. Het gaat enerzijds om de tunnel die hoofdzakelijk door de Terril des Piges leidt en anderzijds een korte tunnel onder de Place Albert I. Hierbij moet nog worden opgemerkt dat tussen het station zelf en dit laatste tunneltje de tram in beide richtingen een stukje door een verdiepte geul zonder overkapping rijdt. Tussen deze twee sleuven is een van de twee voetgangerstoegangen van het station Dampremy gelegen, een lange steeg tussen twee muren die passagiers en trams scheiden.

Dampremy (B) 20120905

Dampremy (B) 20120905

De enige rechtvaardiging van deze vanuit het huidige perspectief minder gelukkige oplossing ligt in de verdiepte ligging van het tramspoor op dit punt. Nu zou men niet meer voor zo’n oplossing kiezen, maar ten tijde van het ontwerp van de MLC paste het in het tijdsbeeld om een ruim station te realiseren. Ten behoeve van de inval van daglicht heeft men nog wel rond het station het maaiveld verlaagd.

Dampremy (B) 20120905

Het resultaat is op zijn zachts gezegd weinig aantrekkelijk.

Het biedt voor de 21e eeuwse passant in elk geval een kijkje op de toekomst anno 1970… Een waarschuwing is op zijn plaats. Hoewel ik de woorden dat Dampremy slechts betreden kan worden door mensen met haar op hun tanden (citaat van http://www.bloggen.be/agent_orange_metrocharleroi/) wat overdreven vind, is dit beslist geen plek voor watjes… Gedumpt afval overal, kapotgeslagen verlichting en onduidelijke graffity maakt het verblijf niet bepaald aangenaam. Buiten beeld van deze foto lag een man naast de ingang van het station voorzien van de bekende half liter bierblikken. Ook een duister persoon in een oude auto op het parkeerterreintje naast het station zag er weinig vertrouwenwekkend uit.

20150505 Charleroi, Dampremy

20150505 Charleroi, Dampremy (voormalige trambedding van lijn 41).

Aan de zuidzijde van het station nog een herinnering aan de Belgische buurttram. Ooit was er bij dit station een aansluiting tussen tramlijn 41 en de MLC. Het spoorbed is na het verwijderen van de tramsporen nog goed zichtbaar. Rechts de verlaten bedding van tramlijn 41 die hier aamsloot op het MLC netwerk. De doorgang is na opheffing van de tram afgesloten met een muur, waarvoor nu een hoop huisvuil is aan te treffen. Nog op te merken is de tekst op de wand van het metrostation, Police partout, Justice nulle part (overal politie, nergen gerechtigheid) welke tekst ook figureert in het boek ‘Grand Central Belge. Voetreis door een verdwijnend land’ van Pascal Verbeken (2012). Overigens is dit een citaat van Victor Hugo.

Dampremy (B) 20120905

Tot besluit nog een nostalgisch plaatje van de buurttram (de ‘Vicinal’) in Dampremy.

SNCV_41010_19850828T

Zijn opvolger: buslijn 41.

20150505 Charleroi, Dampremy

Advertenties

‘Het was een wonderlijke tijd. Als ik erover nadenk, dan moet die tijd nog voortduren, die duurt zoolang er jongens van negentien, twintig rondlopen.’
Die woorden van de schrijver Nescio in zijn verhaal Titaantjes komen in mij op nu ik de reeks dia’s bekijk ik die op die fraaie donderdag 18 april 1985 maakte. Een goede vriend en collega-tramfan en ik maakten die dag een onvergetelijke tocht langs delen van de buurttramnetwerk in Henegouwen.
Eerst met een (toen nog vrije nieuwe) gelede tram van lijn 89 van het station van Charleroi naar Anderlues Jonction, en toen lopend langs lijn 30 via Morlanwelz naar Mariemont.
Wat gingen deze twee knapen van 20 jaar daar doen? Een van de redenen om naar deze streken of te reizen was de allerlaatste bijwagendienst van België die op deze lijn gereden gereden werd. Een versterking die voornamelijk diende voor het vervoer van scholieren. Het materieel op deze dienst was weinig verrassend. Er was immers nog maar één bijwagen beschikbaar (genummerd 9316). Wel was het altijd afwachten of er daadwerkelijk met een bijwagen werd gereden danwel de betreffende ritten met een ‘normale’ S motorwagen werden gereden.
In elk geval zal die dag alles mee. En uiteindelijk zijn we zelfs aan het einde van de middag in de 9316 gereden naar La Louvière. Daar hebben we de rest van de tijd doorgebracht aan de poort van de stelplaats. Het zal bijna 6 uur zijn geweest dat het tramstel weer naar de stelplaats terugkeerde. De chef van de stelplaats die in zijn tuintje bezig was kon het geloof ik weinig waarderen dat wij in ons enthousiasme het tramstel volgden tot zijn laatste meters op het terrein. De verklaring van het personeel dat de betreffende jongelingen “Hollandais” waren, deed hem in elk geval al zijn pogingen om ons tot de orde te roepen staken. En verlieten we na een zeer aangename dag het plaatsje La Louvière in de trein terug naar Brussel en zagen we de zon zijn laatste stralen schijnen boven het Waalse land.

Dat die ‘wonderlijke tijd’ zal voortduren, daar twijfel ik niet aan. Maar toch is er een hoop veranderd op deze plek. De buurttram (of op zijn Waals, de ‘Vicinal’) bestaat hier meer. Dit ondanks de op de foto zichtbare spoorvernieuwing. En aan het landelijke beeld aan de rand van het dorpje Carnières (gemeente Morlanwelz) is ook in de kwart eeuw die inmiddels is verstreken wat afbreuk gedaan. Niet in het minst door de bouw van gigantische loodsen op de hier nog vrije locatie op de achtergrond links langs de weg.
En met de auteur Nescio trekken we ons terug op ons “Insula Dei” en mijmeren we over de tijd dat de tram hier nog regeerde en we nog twintig waren en de wereld voor ons open lag.

Vandaag viel hij bij mij op de mat, de Wandelgids Grebbeliniepad, samengesteld door Bert Rietberg. In de eerder door dezelfde auteur samengestelde cultuurhistorische gids De Grebbelinie werden de restanten van de linie op systematische wijze van noord naar zuid beschreven, waarbij de beschrijvingen zich zeker lenen voor het plannen van wandeltochten. Maar er was geen van een aaneengesloten wandelroute. Het Grebbeliniepad is dat wel. Dat betekent wel dat op diverse plekken de wandelaar het traject van de eigenlijke linie zal moeten verlaten.
Het Grebbeliniepad loopt vanaf station Rhenen naar de oude haven van Spakenburg. De gehele route is opgedeeld in 12 etappes. De gids geeft hierbij een kaartje en een routebeschrijving (in zowel zuid – noord als in de omgekeerde richting). Verder zijn een aantal highlights apart beschreven.
Meer informatie op de website grebbelinie.nl alwaar de wandelgids ook online is te bestellen.

Op de website van Frans Mensonides, ook wel bekend als de “Digitale reiziger” is een aardige serie te lezen over een wandeltocht (in enkele etappes) langs de forten rond de stad Utrecht. Dit onder de titel 12 forten, 13 wandelingen. De beschreven wandelingen zelf dateren van zomer 2007. Om het zoeker gemakkelijker te maken hierbij een deeplink naar de eerste etappe.